Die Anarchistische Abendunterhaltung Zweterige trip down memory lane

 

Vooral veel vogels die hip waren in de jaren zeventig, tachtig en negentig vanavond in DEStudio;mannen met  paardenstaart, maar ook met een blinkende schedel en dames die met corrigerend ondergoed het moreel en de schijn probeerden op te houden. Mensen zoals wij dus.

 

Maar er waren ook een pak jongeren. Dat resulteerde in een volgepakte zaal met allemaal mensen die naar Antwerpen afzakten om te ontdekken wat Die Anarchistische Abensunterhaltung zou aanvangen met de eigen erfenis; hoe ‘Hineininterpretierung’ live zou klinken; hoe één van de strafste avant-gardistische bands van Antwerpen en ruime parking na vijfentwintig jaar zou klinken.

Maar eerst kregen we nog drie hompen improvisatie op dwarsfluit en toetsen van Clear Instant, het duo van Thomas De Prins en Michaël Brijs, dat enkel wist waar het begon (bij de do in dit geval), maar niet wist waar het uit zou komen. Artistiek verantwoord en bij vlagen virtuoos sowieso, maar echt raken deed het ons toch niet.

Dat wist Die Anarchistische Abendunterhaltung wel te doen. De band in de huidige bezetting, met Roel Van Camp (accordeons), Han Stubbe (klarinet, toetsen), Hannes D’Hoine (contrabas en bas) en Jeroen Stevens (drums, marimba) lieten, zoals bekend, het materiaal van de groep bewerken door Rudy Trouvé en brouwden er een cocktail mee met bekende smaken en kleuren, maar die toch weer anders klonk.

Voor de gelegenheid had Trouvé een nieuwe film gemaakt die meeliep met de nummers en geprojecteerd werd op een doek dat, net als de liedjes, eerst in stukken geknipt was en daarna weer aan en over elkaar werd genaaid. Het leidde tot een bevreemdend effect, zeker wanneer je oude leden van DAAU erop zag verschijnen in jonge en oude gedaante om mee te zingen of te spelen. Het versterkte alvast het gevoel van een collage, iets wat de plaat ‘Hineinterpretiering’ ook is.

Die nieuwe plaat werd zo goed als integraal gespeeld op twee nummers na. De songs werden daarbij gegroepeerd in zes delen en als zodanig telkens aan een stuk gespeeld zonder de kans de geven aan het publiek om op adem te komen of lucht te geven aan hun enthousiasme door middel van een applaus. Wie overkookte, begon dus maar mee te gillen of luid “yeah” te roepen.

Het was vooral Jeroen Stevens die met zijn droge humor en weidse gebaren het wit in het vuur hield. De drie anderen musiceerden met verbetenheid en concentratie, maar deden er verder het zwijgen toe. Geen wonder natuurlijk, de vrije songstructuren en onverwachte wissels tussen jazz, pop, klassiek, folk en wereldmuziek verdragen geen verstrooidheid. Voor wie zonder voorkennis in de zaal stond, klonk dit vast even geïmproviseerd als het voorprogramma terwijl alles in feite heel strak georkestreerd was door de man die op zijn luie krent naast het podium zat te genieten: Rudy Trouvé.

Dirigent van dienst Stevens smeet zich op zijn instrumenten en moest al na Gin & Tonic vragen of er een handdoek in de zaal was. Die was er niet en dus zat er niets anders op dan druipend van het zweet de hele trip down memory lane af te wandelen. Dat gold ook voor zijn kompanen. Stubbe toverde naast warme, ook bizarre klanken uit de klarinet en dook af en toe met de neus in een synthesizer. D’Hoine bedreef de liefde hard en zacht met zijn contrabas en Van Camp – op kousenvoeten – speelde soms twee accordeons tegelijk en moest zich vaak helemaal uitstrekken om de effectpedalen te bedienen. U moest het zien en horen om het te geloven.

Ook in de zaal liep de temperatuur op. Onze buurvrouw van Afrikaanse origine werd week in de benen bij Oliphant– waarbij o.a. Roland Van Campenhout in beeld kwam, maar dat had er niets mee te maken. Toen ze hoorde dat er nog maar twee nummers kwamen, bleef ze toch dapper staan.

A Sin So Nasty bracht ook even de nodige rust en er leek zelfs even een koele bries vanuit de coulissen aan te waaien. Die werd nog aangenamer bij Rain Song en dan was het plots voorbij al werd het viertal nog een keer teruggeroepen voor een bis.

Voor wie eraan twijfelde: Die Anarchistische Abendunterhaltung is nog altijd uniek in België. En dan het goede nieuws: de groep is de komende maanden nog her en der te bewonderen.

 

13 mei 2017                                                                                                      Marc Alenus

DAAU in De Studio: 25 jaar dwarsheid in één avond

13/05/17 om 11:17

Al vijfentwintig jaar ligt DAAU dwars in Vlaanderen Muziekland. De ongrijpbare Antwerpse groep kwam op samen met dEUS en Evil Superstars, wierp een handvol platen, verving bandleden, bestormde podia in Istanboel, Sint-Petersburg en São Paulo, en bracht nog een paar platen uit. Hoog tijd voor een terugblik, dus, met een verzamelaar en een bijhorende tournee. Al zou DAAU DAAU niet zijn als ook dat niet op een eigenzinnige wijze gebeurde.

********************************************************************************************************

DA GIG: DAAU vierde hun vijfentwintigste verjaardag in De Studio, 12/5.

IN EEN WOORD: Vortrefflich.

HOOGTEPUNTEN: Red, Gin & Tonic, Dansende Mieren, Drieslagstelsel II enRain Song.

DIEPTEPUNT: geen.

QUOTE: De bindteksten van drummer Jeroen Stevens waren een attractie op zich: “Merci iedereen om zo aandachtig te luisteren. Of rechtopstaand te slapen. Hoe dan ook: wij kunnen zo helemaal ons ding doen!”

********************************************************************************************************

De bekendste verzamelcd van The Beatles mag misschien wel 1 zijn, maar wanneer ik de hoogtepunten van de Fab Four in een tijdspanne van tachtig minuten wil beluisteren, grijp ik altijd naar Love. George Martin, de vijfde Beatle die vorig jaar naar de eeuwige jachtvelden vertrok, stelde namelijk een soort mixtape samen bestaande uit liedflarden en demo’s. Het resultaat? Geen zoveelste geschiedenislesje, maar een frisse ontdekkingstocht doorheen een bijzonder rijk oeuvre.

Of Love in de gedachten van DAAU-leden Han Stubbe (klarinet), Roel Van Camp(accordeon), Hannes D’Hoine (bas) en Jeroen Stevens (drum en marimba) zat, weet ik niet. Maar het viertal pakte hun eerste verzamelaar op dezelfde manier aan. Mét hetzelfde resultaat.

Hun George Martin? Rudy Trouvé, Antwerpse ancien die aan de basis van dEUS en Dead Man Ray lag en ooit een plaat met indierocklegende Lou Barlow uitbracht. DAAU koos Trouvé en hij koos op zijn beurt twintig nummers uit vijventwintig jaar DAAU. Hij knipte, plakte en monteerde ze. Daarna speelde DAAU de herwerkte songs opnieuw in. Voor de afwerking kwamen enkele gasten, waaronder ex-bandleden, zingen. Het uiteindelijke hebbeding kreeg de uiterst gepaste titel Hineininterpretierung. Het is de perfecte introductie voor nieuwkomers en een verfrissende retrospectieve voor fans.

Gin & tonic

Hoe klinkt zoiets live? Avontuurlijk, zo bleek tijdens de albumvoorstelling in De Studio. Neem nu de tweede muzikale brok van de setlist. Het kwartet zette die af met Drieslagstelsel I, een nerveus stuk zigeunermuziek vanuit de tijd dat DAAU nog Die Anarchistische Abendunterhaltung heette en ze met het desbetreffende debuut een contract bij Sony scoorde. Die song vloeide over in het rokerige Gin & Tonic, het broertje van die andere klassieke Belgische cocktail: Suds & Soda. Aan de groove van het origineel uit 1998 voegde de band de raspige Tom Waits-zang van Gunter Nagels(Donkey Diesel) toe. Het desolate klanklandschap Berlin-Deventer-Antwerpen, het rauwe Highway Tiger en het bizarre Orange volgden, om af te sluiten met nog een drieslagstelsel: het van een spetterende finale gezegende Drieslagstelsel II. Onnavolgbaar.

DAAU speelde strak. Te strak, soms. De vele gastzangers van op plaat waren namelijk niet aanwezig, waardoor de band moest rekenen op tapes en bijhorende beelden. Dat moest allemaal perfect getimed blijven, waardoor de groep in het begin weinig ademruimte had. Het voelde dan ook bevrijdend toen DAAU in de tweede helft van de set meer en meer de tijd nam. Wat het prachtige lentelied Dansende Mieren opleverde. Of het ab-so-lu-te hoogtepunt van de avond: Red, een gelukzalig lapje krautrock waar Holy Fuck een diepe buiging voor zou nemen.

Leuk weetje: DAAU had dat tien jaar oude nummer Red nog nooit live gespeeld. Trouvé heeft het van de vergetelheid gered. Dat alleen al maakt Hineininterpretierung beter dan elke traditionele verzamelaar die DAAU had kunnen uitbrengen.

In De Studio bewees DAAU dat ze alle kanten kunnen uitschieten zonder zichzelf te verliezen. En nu: op naar de vijftig!

DAAU doet deze zomer Gent Jazz (15 juli) en Dranouter (4 augustus) aan.

Rudy Trouvé heeft alles gedaan behalve de plaat ingespeeld.

Laat het aan Die Anarchistische Abendunterhaltung (kortweg, De Anarchisten of DAAU) om een verzamelaar uit te brengen die er eigenlijk geen is. ‘Hineininterpretierung’ brengt een intrigerende selectie uit vijfentwintig jaar De Anarchisten. Reden genoeg om eens met de hele bende rond te tafel te gaan zitten voor een gezellig gesprek.

Vanwaar de keuze om niet een simpele verzamel-cd te maken, maar de nummers opnieuw op te nemen en er een nieuwe interpretatie van te maken?
Jeroen Stevens: Als muziekfan heb ik nog nooit een ‘Greatest Hits’ gekocht, ik vind dat niet zo interessant op zich.

Hannes D’Hoine: Dat is meestal ook goedkoop cashen. Dit was leuker om te doen.

Roel Van Camp: Het idee van een gewone verzamelaar was een beetje te eenvoudig voor ons doen. Zo is het idee gegroeid om ons zelf te coveren in de huidige bezetting en daar dan weer een nieuwe plaat van te maken. Het grootste probleem was dus eigenlijk beslissen welke nummers erop zouden komen. Dat zou tot veel discussie hebben kunnen leiden; dus hebben we die fakkel doorgespeeld aan een zeer bekwame heer, Rudy Trouvé.

Vanwaar dan de keuze voor Rudy Trouvé?
Han Stubbe: We hebben al zo lang met hem samengewerkt; dus we hadden allemaal het gevoel dat hij de juiste man was. Hij heeft een goede smaak, een eigen visie en kan goed samenwerken; een hoop kwaliteiten die hem geschikt maken voor deze job.

Van Camp: Bestaan er andere bands die dit hebben gedaan? Ik heb er nu ook niet achter liggen zoeken, maar zo uit het vuistje ken ik er geen. Dus ik denk dat het ook weer een manier is om origineel te zijn.

Stevens: De ‘Greatest Hits’ van de Everly Brothers, die ik heb – toen bestonden zij nog geen vijfentwintig jaar – bevat ook nieuwe opnames. Maar dat was eerder om redenen van rechten, dus niet zo artistiek verantwoord als bij ons (lacht).

En had Rudy Trouvé de totale vrijheid om een selectie te maken?
D’Hoine: Er was één nummer dat we hebben geprobeerd in combinatie met een ander en dat bleek dan niet goed te werken. Maar er was op voorhand geen enkel nummer dat we niet zouden doen. We wilden dit gewoon proberen en dan zien we hoe ver we zouden komen.

Stubbe: Rudy had zijn eerste collage ook gemaakt met het idee om iets te laten horen en daar dan over te praten, maar voor ons was die eerste collage het al. Er waren wel nummers bij die we zelf niet gekozen zouden hebben, maar dat was er net tof aan. Daarom hadden we hem ook gevraagd natuurlijk.

D’Hoine: Sommige nummers zijn nog nooit live gebracht; andere zijn combinaties met weer andere songs; van sommige is er gewoon nog maar een stukje over, …

Van Camp: Toen we het eerste drieslagstelsel terug begonnen te spelen, had ik wel iets van: “Moet ik dat hier nog eens gaan spelen?”

Stubbe: We hingen aan een zijden draadje. (iedereen lacht)

Van Camp: Het is gelukkig een kort fragmentje (lacht). Maar ik denk dat we blij waren dat Rudy die keuze kon maken. Hij heeft gekozen en dat hebben we allemaal gerespecteerd.

De vraag is dan natuurlijk hoe de nieuwe versies zich tot de originele verhouden. Zijn dit de finale versies?
D’Hoine: Dit is de laatste versie, de voorlopig laatste versie.

Binnen vijfentwintig jaar kan er weer een nieuwe komen?
Van Camp: In theorie wel.

D’Hoine: In de praktijk moeten we nog zien (lacht).

Van Camp: Een plaatopname is een registratie van een moment. Dus ja, voor mij zijn het echt covers. Je kan dan exact hetzelfde spelen of je kan er een eigen twist aan geven. Voor ons is belangrijk dat de versies een eigenheid krijgen.

Die eigenheid is ook echt wel gelukt. De nummers verschillen soms sterk van de originele versies. Wat is de strategie geweest om er een geheel van te maken?
Stubbe: De strategie is twee woorden: Rudy Trouvé. Hij heeft samen met ons de arrangementen gemaakt om alles te adapteren naar deze bezetting en heeft dus een heel grote invloed gehad. Dat maakte het voor ons interessant: om die persoonlijke visie van een buitenstaander vrije baan te geven binnen onze sound.

D’Hoine: De George Martin van De Anarchisten.

Van Camp: Het hielp natuurlijk ook om alle nummers te spelen in dezelfde formatie. Het is daardoor dat alle nummers uniform zijn geworden en dat er een eenheid ontstond tussen de diverse klankkleuren van de andere platen.

Stubbe: Dat was toch wel de grootste uitdaging: die heel oude nummers integreren op een manier die past bij onze huidige manier van spelen. We hebben wel de energie van toen proberen opwekken, maar niet op dezelfde manier. Dat drieslagstelsel is bijvoorbeeld iets Afrikaans geworden, waardoor er in plaats van zo’n Duracell-konijnen-groove eerder iets relaxed ontstaat. Er komen dan rare Duitse gezangen over, waardoor het nummer echt een nieuw karakter heeft gekregen.

Van Camp: En daar heeft Rudy gezegd: “Hier niet spelen; daar moet gij nu spelen.” Een beetje dirigent-curator-coach.

Stevens: Yves (de manager, nvdr) zegt: “Rudy Trouvé heeft alles gedaan behalve de plaat ingespeeld.”

D’Hoine: Eigenlijk zou hij hierbij moeten zitten. Het is een plaat die we met vijf hebben gemaakt.

Vijfentwintig jaar De Anarchisten betekent niet enkel een plaat, maar ook een keer terugkijken naar het hele parcours dat er is afgelegd.
Stubbe: Zoiets hangt heel hard samen met de persoon, die je vijfentwintig jaar geleden was: nog heel jong. Voor mij was dat een periode met veel romantiek: de dingen absoluut willen doen zoals je die zelf wilt doen, lak aan autoriteit, …. Toen zijn we natuurlijk redelijk succesvol geweest, wat ook niet echt evident is. De carrière van de meeste mensen gaat rustig naar boven, maar wij hebben een kickstart gekregen en daarna is het wat rustiger geworden. (iedereen lacht) Als achttienjarige sta je er ook niet bij stil dat wat je meemaakt, uitzonderlijk is.

Van Camp: Ik heb heel veel geleerd op die vijfentwintig jaar: omgaan met mensen, omgaan met karakters, omgaan met mezelf, veranderingen, … Ik heb problemen overwonnen. Dat hoort bij ouder worden. Ik kan de dingen meer loslaten. Als je jong bent, ben je fel aan het vechten voor je ideeën en ruzie aan het maken.

Zijn er bepaalde hoogtepunten die jullie bijblijven?
Van Camp: Wat ik heel tof vond, was drie keer de zon zien opkomen: spelen in Frankrijk; dan vanuit Parijs met het vliegtuig naar Taiwan; daar komt dan de zon op; ’s avonds spelen; nog eens een nachtje doorgedaan; de zon komt terug op. Daarna heb ik wel in het vliegtuig geslapen. We moesten immers meteen terug naar Frankrijk om in Amnesie te spelen.

Stevens: En als je nu zou moeten kiezen, een periode van een jaar of zo? (Iedereen lacht)

Van Camp: Misschien verbloem ik het, maar dan denk ik vooral aan het begin, omdat je gewoon nog niet nadenkt. Het is pas nadien dat je beslissingen of keuzes maakt over waarom je iets doet.

Stubbe: Alhoewel… Die periode heeft eigenlijk lang geduurd. Ik herinner me dat we met onze eerste plaat en toenmalig management een tour gedaan in Spanje. Echt langs cafeetjes, kraakpanden,… Net alsof je in een andere wereld terechtkwam. Dat heeft een heel grote indruk op mij gemaakt. Je komt in een totaal andere cultuur. Dat was echt heel plezant om te doen.

In het begin werden jullie veel gelinkt aan groepen als dEUS en de scene in Antwerpen. Op die vijfentwintig jaar is er rondom jullie veel veranderd. Hoe kijken jullie daarop terug?
Stubbe: Er was inderdaad een heel grote hype waarin we ineens het gevoel hadden dat we met de muziek, die wij maakten, echt een groot publiek konden aanspreken en deel uitmaakten van een soort collectieve popcultuur. Die overtuiging leefde in het begin, dat we muziek maakten voor veel mensen, voor iedereen eigenlijk. Wij hebben onszelf niet gezien als een soort van gespecialiseerde muziekgroep die moeilijke muziek maakt voor kunstliefhebbers.

Van Camp: De muziek, die we nu maken, is bedoeld voor de muziekliefhebber die ervoor openstaat. In het begin was dat voor iedereen en voor elk poppodium.

Tegelijk hebben jullie ook wel een groot publiek gevonden in het buitenland; iets waar ook niet elke Belgische band is in geslaagd.
Van Camp: Voor alle soorten muziek bestaan er luisteraars. Wij hebben die moeten vinden door alle landen te combineren. Alleen hier zou te beperkt zijn geweest. Gelukkig maken wij instrumentale muziek waardoor de stap naar het buitenland gemakkelijker is. Vroeger werden er geen vragen gesteld. Je vertrok gewoon. Wanneer je terugkwam, maakte niet uit. Soms bleef er eens iemand hangen. Dat heb je een beetje nodig om die investering te doen. En hoe jonger je bent, hoe gemakkelijker dat gaat; ook fysiek, hé (lacht).

Stubbe: Het resultaat is wel dat we de laatste jaren minder in België aanwezig zijn geweest en dat veel mensen denken dat wij niet meer bestaan.

Hoe gaan jullie de komende tour aanpakken? Wordt dat een weerslag van de plaat of zullen er ook andere nummers opduiken?
Stubbe: Het zal een beetje van de twee worden, maar we gaan de plaat brengen in zijn geheel. Voor elk nummer is Rudy Trouvé ook een visual aan het maken. Dus het wordt een soort van documentaire, waarin je ook gastmuzikanten op scherm ziet in combinatie met oude footage en films die Rudy zelf heeft gemaakt. Daarna volgt een tweede blok met ook ander materiaal. Rudy is er nu aan bezig, ik heb al de helft gezien; het gaat heel tof worden.

Is er al een plan voor na deze shows?
Stubbe: Nee, we hebben eigenlijk nooit aan carrièreplanning gedaan; en nu ook niet.

Van Camp: Misschien moeten we nu toch eens beginnen? (lacht)

D’Hoine: De Rudy een audit laten doen. (iedereen lacht)

Van Camp: In eerste instantie moet dit een feest zijn. We moeten vooral plezier hebben in het spelen en het beleven van de muziek; ook naar de mensen toe. Dat is prioriteit nummer één. En dan zien we nadien wel wat de toekomst brengt.

En dat is nog altijd het belangrijkste.
Van Camp: Da’s zeker.

Die Anarchisische Abendunterhaltung stelt ‘Hineininterpretierung’ voor op 12 mei in De Studio te Antwerpen en is deze zomer op tal van festivals te zien.

foto: Tom Verbruggen

4 mei 2017

Verse Vangst: deze vijf nieuwe songs van eigen bodem mag je niet missen

Door Gilles Dierickx, gepost op 16-04-2017

De Belgische muziekbodem zit vol talent, maar niet altijd komen die ruwe diamantjes meteen terecht bij het publiek dat ze verdienen. Met Verse Vangst gaan we wekelijks op zoek naar recente Belgische releases die het beluisteren meer dan waard zijn, zonder daarbij oogkleppen op te zetten. Support your local scene!

De release van hun tweede album komt nu echt stoelschuifelend dichtbij, en daarom wil STUFF. nog even het ongeduld sussen – of net extra op de proef stellen? – met een derde single. Ook op ‘Galapagos’ doen de jazztronicahoppers hun bevreemdend boeiende genremix alle eer aan, en gooien ze er zelfs nog wat licht kitscherige 80’s-funk doorheen. ‘Old dreams new planets’, voor ons mag het dan snel 28 april zijn.

Van wie deze week wel al een nieuwe worp uitkwam: Alpha Whale (foto). Met een vers clipje overtuigen de Gentenaars je om op deze paasdag ‘Ok sunshine’ eens door de boxen te jagen – een heerlijk potje aan surfpop, trippy garage en meer aanverwante psychedelica. Mocht dat allemaal nog onontgonnen terrein zijn, loodst dit ijle ‘Sun god’ je er wel vlotjes binnen: The Brian Jonestown Massacre staat goedkeurend op de achtergrond mee te knikken, niet in het minst door de verrassende extra outro.

Nog zo’n interessant garageproduct uit dezelfde contreien is Leopard Skull. De band rond Harm Pauwels – die alles zelf inspeelde en opnam, die productieve DIY-dudes toch steeds – bracht enkele dagen geleden óók een ep uit, in de vorm van een blauw- of roodkleurige 7”. Erg lofi houdt Leopard Skull zich schuil ergens tussen The Growlers en Black Lips, getuige ‘My face melting’ en een handvol andere tracks. Het plaatje kwam uit op het Antwerpse Belly Button Records, dat eerder al The Jagged Frequency en MOAR een dak boven het hoofd bood. Een Vlaamse Burger Records is ginder in de maak, let maar op.

Nog maar goed en wel één levensjaar op de teller, maar Drum Drum Dance Dance liet al meermaals van zich horen in muziekland. Dit jaar nog werd het Antwerpse drietal geselecteerd voor De Nieuwe Lichting en in november trokken ze doorheen Europa met de LA-punkrockers Spanish Love Songs. Een eerste langspeler staat ook gepland, die gaat ‘Panda’ heten. Meer panda’s krijg je al te zien in de clip van single ‘Fight club’ – een nummer dat ons verder vooral iets lijkt voor fans van Fidlar en Together Pangea: punky garage die niet al te ingewikkeld, maar alleszins heel oprecht klinkt.

Die Anarchistische Abendunterhaltung is zo’n goedbewaard Belgisch geheim. Al 25 jaar actief, maar nooit écht tot bij het grote publiek geraakt. Nochtans mocht de band nog voorprogramma’s spelen van Björk en Tortoise – niet meteen van de minste, en ook muzikaal deed de groep altijd iets origineels, door klassiek, folk en jazz in een eigenzinnig popkleedje te steken. Voor die kwarteeuw-verjaardag brengt DAAU ‘Hineininterpretierung’ uit, een reprise van ouder werk, dat echter vaak werd verknipt door ‘curator’ Rudy Trouvé. Die Antwerpse multi-artiest maakte trouwens ook de clip bij ‘Rain song’, een minimalistisch lied dat vandaag zo uit de hoed van Timber Timbre zou kunnen komen.

Artikel van Indiestyle

Een terugblik op het verleden in 6 stappen en één blik in de toekomst

25 jaar DAAU  ''Van die naamsverandering heb ik toch nog altijd spijt''
Een kwarteeuw muzikaal leven, dat verdient een feest. Zeker als dat het unieke pop-klassiekcrossoverkwartet DAAU betreft dat ooit als Die Anarchistische Abendunterhaltung aan de oppervlakte kwam. Dan viert men ook op hoogst eigenzinnige wijze, met een album dat coverplaat en nieuwe plaat tegelijk is. Hoe noemt men dat dan? Hineininterpretierung, natuurlijk, en daaraan doen we ook op een zonovergoten terras met accordeonist Roel Van Camp en klarinettist Han Stubbe. Rudy Trouvé, curator van die laatste plaat en fan van het eerste uur, mag de stem van de buitenstaander zijn die het allemaal van op afstand zag gebeuren.

1992: het prille begin

Het zijn de vroege jaren negentig, en ergens in het Antwerpse besluiten vier jongens samen te beginnen spelen. Han Stubbe, Roel van Camp en de broers Buni (viool) en Simon (cello) Lenski worden Die Anarchistische Abendunterhaltung, en weten alvast Rudi Trouvé te overtuigen.

Rudy Trouvé: “Het moet meteen in 1992 zijn dat ik hen voor het eerst zag, toen theatermaker Adriaan Van Aken een feestje gaf in het Pius X-instituut, en hen vroeg om op te treden. Ik was behoorlijk onder de indruk; dit was niet zomaar een hoop studentjes die stonden te spelen, dit was een groep die zich smeet. Vanaf dan ben ik hen blijven volgen, en uiteindelijk heb ik zelfs met hen samengewerkt.”
Han Stubbe: “Natuurlijk hadden we vooraf al andere groepjes. Samen met Buni (Lenski, violist) zat ik in een coverbandje op school, Roel speelde in een ander gezelschap ook met hem samen. Met onze instrumenten – niet bepaald gitaar of drum – voelden we ons daar altijd de buitenbeentjes, tot we eens samen begonnen te spelen. Iets viel plots op zijn plaats; zowel qua klank en instrumentatie, als in de manier waarop we muziek maakten. Roel componeerde toen veel op zijn accordeon, en de andere instrumenten sloten daar heel goed bij aan. Er was geen behoefte aan meer of anders. Van bij de eerste repetitie was die klank er, en was het voor iedereen duidelijk dat ons samenspel vruchtbaar was en mogelijkheden bood. We hadden iets in handen dat ons eigen ding kon zijn.”
Roel Van Camp: “Er was niets afgesproken of samengestelds aan. We wilden met de instrumenten die we hadden eens iets samen maken; dat was het. Ik luisterde natuurlijk naar dingen die helemaal geen rockmuziek waren, en dan kom je al snel bij iets klassiek kwartetachtig uit, terwijl iemand anders in de groep eerder rock en dub wilde spelen. Maar zo klopte het. We zijn stijlen beginnen te mixen als viertal, zonder een typische rockbezetting, en dat was het.”
Stubbe: “Dat idee van het strijkkwartet heeft ons zeker beïnvloed. Vier instrumenten die elk hun eigen textuur en klank hebben, maar wél evenwaardig zijn op vlak van melodie en ritme, zoiets is veel minder afgebakend dan de doorsnee rockband waar de gitaar toch het hoge woord voert. Die benadering heeft onze muziek gevormd, zelfs al wilde ik geen klassieke muziek spelen, maar wat ik zelf goed vond. Dan kom je automatisch bij onontgonnen terrein uit.”

1995: een debuut vol drieslagstelsels

Het debuut van Die Anarchistische Abendunterhaltung maakt meteen furore. De lange “Drieslagstelsels” waarin het viertal klassieke klanken laat ontsporen in wilde jamsessies trekken de aandacht, raken een gevoelige snaar bij een jong publiek dat wel iets nieuws wil. Het kwartet wordt een kleine hype.

Stubbe: “Die eerste jaren hebben we heel veel gespeeld, overal: op straat, in kleine cafés als De Muziekdoos, en zo maakten we al snel deel uit van de Antwerpse muziekscene waar ook Rudy rondliep. We namen een cassette op bij wijze van demo, en op basis daarvan heeft ons management toen beslist om ons debuut in eigen beheer uit te brengen. Dat verkocht ontzettend goed, en de bal ging aan het rollen.”
Van Camp: “Vervolgens mochten we mee in het voorprogramma van dEUS, en toen was het helemaal vertrokken.”
Trouvé: “Die plaat was eigenlijk de perfecte samenvatting van het groepje dat ik toen in Pius X had gezien. Er waren natuurlijk verschillen, maar sound, vibe en energie waren precies zo in mijn oren. Toen stonden ze er al; daarom was ik die keer ook zo omver geblazen.”
Stubbe: “Die plaat was een eindpunt, ja, zo hebben wij dat ook ervaren. We hebben met die “Drieslagstelsels” zoveel opgetreden dat we het verzadigingspunt bereikten. Daarna was er duidelijk behoefte nieuwe wegen in te slaan. Vergeet ook niet dat we nog jong waren, dus ook op persoonlijk vlak evolueerden we. Onze smaak bouwde nog op, het voelde natuurlijk aan om iets helemaal anders te gaan doen. Met een carrière waren we toen toch niet bezig.”
Van Camp: “Nu wel natuurlijk.”

1997. Zangers aan boord

Die Anarchistische Abendunterhaltung tekent bij grote platenfirma Sony en doet iets helemaal anders. Op We Need New Animals en zeker Life Transmission daarna wordt het klassieke geluid uitgebreid met elektronische klanken, en zijn zelfs gastzangers welkom. En passant wordt de naam ook handig ingekort tot DAAU.

Stubbe: “Er waren veel labels die interesse hadden, maar we kozen voor Sony omdat die een redelijk goed idee hadden van wat we deden, en wat zij met ons wilden doen; een vorm van vernieuwing binnen hun klassiek label op gang brengen door een plaat uit te brengen die zowel klassieke liefhebbers als een breder publiek kon aanspreken. Ons debuut had aangetoond dat dat mogelijk was. Maar toen maakten wij dus een andere plaat. (hilariteit) We hebben niet goed meegewerkt, vrees ik. Er kwam op dat moment geen druk van Sony, het was pas later dat er vragen kwamen, dat er ergens een mismatch bleek te zijn.”
“Spijt van die naamsverandering? Toch wel een beetje ja. We zijn niettemin ook nog altijd Die Anarchistische Abendunterhaltung, maar zeker de laatste vijftien jaar hebben we veel in het buitenland gespeeld, en daar is dat DAAU toch iets handiger dan die onmogelijke naam, die niet communiceert.”
Van Camp: “We zijn beide namen altijd blijven gebruiken, als was het om onze dualiteit op muzikaal vlak te duiden. Voor mij staat Anarchistische Abendunterhaltung meer voor het klassieke, die kwartetvorm, en DAAU meer voor onze ‘rocknummers’.”
Stubbe: “Zo heb ik dat nooit bekeken, maar het kan.”

Van Camp: “Op We Need New Animals zijn we met gastzangers beginnen werken, en dat was toch behoorlijk nieuw voor ons. Veel ervaring ter zake hadden we niet, en als je dan probeert met zang erbij te werken, merk je dat je als muzikant toch ook wat ruimte moet afstaan. Plots is er een hiërarchie, want je kunt niet met twee de eerste viool spelen. We probeerden dat toch, en het maakte niet uit; het leverde grappige muziek op” (lacht)

2001: elektronica à gogo

Voor hun volgende zet bewegen de Anarchisten nog verder weg van de beginjaren. Op Life Transmission voeren elektronische klanken het hoge woord, en doet zelfs rapster Ya Kid K mee. Adrian, de derde Lenskibroer die net een opleiding tot componist heeft afgewerkt, vervoegt de band op piano.

Stubbe: “Je kunt inderdaad wel stellen dat we op dat moment bijna een nieuwe band zijn geworden. Er zijn in de geschiedenis van DAAU verschillende fases geweest, maar achteraf bekeken denk ik toch dat er een rode draad te vinden is. Misschien niet in de productie of de sound, maar wel in de emotie in de muziek en de manier van componeren.”
“Met die plaat hebben we op Werchter gestaan, dat is ons achteraf niet meer overkomen, maar ik weet niet of het daarom ‘minder’ is geworden daarna. We hadden later niet langer die machine van een internationaal label achter ons, maar we zijn altijd blijven touren. We hebben véél gespeeld, en dat is hier in België minder geweten omdat we vooral in het buitenland zaten. Daarom steken we in onze persmap altijd een excelsheet met al onze optredens om dat te onderstrepen.” (grijnst)
Van Camp: “Na Life Transmission zijn er zeker dingen veranderd, maar daarom kan ik nog niet zeggen dat het eerste deel het juiste of het foute was. We hebben gewoon onze weg gezocht, en zijn heel eerlijk ons ding blijven doen. Ik ervaar ons hele parcours als een eenheid waarin elke fase zijn reden had.”

2003-2006: de duiventil

Het personeelsverloop bij DAAU begint zorgwekkende proporties aan te nemen. Adrian Lenski verlaat de band opnieuw in 2003, Janek Kowalski is dan al gekomen en gegaan op drums, Fré Madou vervoegt de band even tussen 2004 en 2006 op contrabas. Ook de andere Lenski’s verwijderen zich regelmatig van de band. In die wisselende bezettingen worden de platen Richard Of Yorke Gave Battle In Vain en Tub Gurnard Goodness opgenomen.

Van Camp: (met uitgestreken gezicht) “Tja, dat heet saneren hé. De loonkost werd te hoog, er was een probleem met anciënniteit, en dus hebben we strootje getrokken wie moest vertrekken…”
Stubbe: “Die personeelswissels zijn er altijd geweest. In het begin hebben we veel uitgebreid, namen we er andere muzikanten bij, daarna zijn we een band geworden die heel veel samenwerkingen aanging. Met Murder uit Denemarken, Ez3kiel uit Frankrijk, en zo zijn er nog. We waren altijd nieuwsgierig om met anderen samen te werken. Maar op een bepaald moment zijn er dus ook mensen weggegaan. Waarom? Dat was complex. Er speelden persoonlijke redenen, artistieke, en zeker ook praktische. Buni is op een bepaald moment in Parijs gaan wonen, was met veel andere projecten bezig, en zat dan ook even in Berlijn. Het was dus niet één, maar veel factoren. Maar hij is daarom niet weg. Op onze vorige plaat, Eight Definitions, had hij een heel grote rol, dus het is niet zo dat hij er van de ene op de andere dag uit lag.”
Trouvé: “Al die wissels zijn ook nooit bruusk gegaan. Het was nooit zo dat er van de ene op de andere dag een andere bezetting stond, er waren overlappingsperiodes.”
Van Camp: “We hebben als leidraad inderdaad altijd genomen dat we het vertrek van mensen niet met hetzelfde instrument zouden opvangen, maar door een ander. Daarbij kan in theorie alles, maar of iedereen er dan achterstaat, is nog een andere vraag. Misschien zijn er dingen die ik ook niet wil toelaten, maar ik wil het eerst wel proberen. We hebben onze eigen ruiten zo wel eens ingeslagen, door compleet andere muziek te maken, zodat ons publiek het niet meer goed wist. Op lange termijn is dat een voordeel, maar het is zeker niet de evidente weg geweest. Het is voor iedereen handiger als alles duidelijk is, maar dat is nu net wat anarchisten doen: niet vasthouden aan regels.”

2017: DAAU speelt 25 jaar DAAU

Een sprong naar 2017. De vier jongens van het begin zijn al lang mannen, DAAU is niet meer Die Anarchistische Abendunterhaltung van weleer. Op Hineinterpretierung neemt de huidige band oud werk opnieuw onder handen onder auspiciën van ‘curator’ Rudy Trouvé. Een bijzondere verjaardagstaart.

Stubbe: “Het was duidelijk dat we een buitenstaander nodig hadden. Niet alleen om de knopen door te hakken, maar ook om zelf verrast te worden. We wilden immers een toevoeging maken aan ons oeuvre, niet gewoon een herhaling. Rudy had ons dan toevallig net gevraagd om wat vaker samen te werken, omdat hij geïnteresseerd was om klassieke muziek op een andere manier op te nemen, en zo kwam van het één het ander. Dat was een nieuwe manier van werken, want normaal is er bij DAAU niet één iemand die de leiding neemt. De regel is dat als iemand met een compositie of een idee afkomt, de anderen hun best doen om er iets aan toe te voegen; maar deze keer dus niet.”
Van Camp: “Dat maakt Hineinterpretierung zo anders, omdat we dat nu hebben uitbesteed aan iemand anders die wél die beslissingen neemt, en die verantwoordelijkheid. Wat na al die jaren als een soort bevrijding aanvoelde.” (lachje)
Trouvé: “Het was een dankbare job, omdat DAAU zoveel paletten heeft onderzocht dat iets interessants en gevarieerds in elkaar puzzelen een fluitje van een cent was. Er is de doemerige droneperiode, de techno-achtige elektronica, de klassieke tijd, wat meer klezmer, … Het moeilijkste vond ik de nummers die ik goed, én goed opgenomen vond. Het heeft weinig zin iets dat al perfect is opnieuw op te nemen, maar er waren natuurlijk een paar tracks die ik essentieel vond in het oeuvre, en daar werd het moeilijk: hoe geef je daar een andere interpretatie aan? Het hielp dan dat er een nieuwe bezetting is, waarin de marimba zo’n prominente rol heeft, dat heeft zichzelf wat uitgewezen. Andere dingen waren veel simpeler: als iets heel hard op drumcomputers drijft, is het spannend om dat meer akoestisch te gaan aanpakken. Ik heb geknipt, geplakt en versneden, en me afgevraagd wat ik zelf graag wil zien en horen.”
Van Camp: “Als ik het goed begrijp is dit dus op twee na jouw selectie van onze slechtste nummers?”
Trouvé: “Maar neen. Zeker niet, maar bij dingen van twaalf minuten die heel hard op solo’s drijven, was het wel een uitdaging om dat te herleiden tot de basiscompositie van anderhalve minuut. En wat ook is: ze hebben jaren gespeeld in de flow van de laatste plaat, dit was de kans om heel dat palet, van de beginjaren tot nu, te tonen. Daarenboven heb ik vanaf dag één de keuze gemaakt om de plaat als een liveset op te vatten. Zo sturen we alles van elektronica door versterkers, waardoor je de klank van een klassiek kamerorkest blijft behouden, ook al speel je techno. Er is een groot verschil tussen achteraf overal effecten op te zetten, of die in dezelfde ruimte te spelen, dan krijg je een heel eenvormige klank, ook al switcht het heel erg van genres. Want anders zou het inderdaad wel botsen, als je een gewone best of maakte.”
Stubbe: “Ik was verrast dat Rudy’s selectie zo luchthartig was, maar dat vond ik ook tof. Dat hij ook een aantal nummers van Richard The third Gave Battle In Vain koos, een plaat die we nooit live hebben gespeeld, beviel me ook. Mochten we nummers die ik half vergeten was opnieuw oprakelen.”
Van Camp: “In tegenstelling tot een echte Best Of hebben we dus serieus mogen studeren voor deze plaat. Eigenlijk hebben we dit beschouwd als een nieuw album. Een coverplaat van het oude DAAU door het nieuwe DAAU. Het vroeg soms wel herarrangeren, vioolpartijen spelen op de accordeon en zo. Yup, het was zwoegen.”

De toekomst

Op naar de volgende 25 jaar?

Stubbe: “Ik veronderstel dat we dingen zullen blijven samen doen, maar hoe of wat, daar zijn we op dit moment nog niet mee bezig. Al onze energie en concentratie is in Hineininterpretierunggekropen, want ook van de liveshow willen we iets graafs maken. We zullen wel zien.”
Van Camp: “Het duurt bij ons even voor we opnieuw iets tofs te vinden. Er moet een reden zijn waarom we een plaat maken, en die vind je niet meteen. Het is nu eenmaal niet zo dat iemand bij ons wat teksten heeft geschreven die dringend verkondigd moeten worden.”
Stubbe: “Dat komt omdat we allemaal met verschillende dingen bezig zijn, en het soms moeite vraagt om een paar weken te vinden om samen te zitten en nieuwe dingen te maken. Zeker de laatste jaren kan daar gemakkelijk twee of drie jaar tussen zitten. Het is wat het is. Het is goed dat we allemaal ons ei elders kwijt kunnen, maar het is ook jammer dat het daardoor lang duurt. Ik denk dat dat voor veel bands geldt. Het is een luxe om je brood te verdienen met één groep, tegenwoordig. Opstaan en gaan slapen met dezelfde band, dat is niet meer van deze tijd.”

 

Enola

“We hebben nog één ambitie: gedraaid worden op Franse internetradio FIP”

DAAU na 25 jaar muziek maken: “We hebben nog één ambitie: gedraaid worden op Franse internetradio FIP”

2 april 2017

DAAU (voluit nog altijd Die Anarchistische Abendunterhaltung) bestaat vijfentwintig jaar. Een kwart eeuw. En om die toch wel bijzondere verjaardag enige kracht bij te zetten, hebben ze een soort van symbiose gemaakt tussen een nieuwe plaat en een verzamelaar. In plaats van een saai overzicht te bieden van de belangrijkste tracks sinds hun oprichting, vroegen ze Rudy Trouvé (ex-dEUS en heel veel andere projecten) om de boel in stukjes te knippen en opnieuw samen te smeden tot een nieuw geheel. Ziehier: ‘Hineininterpretierung.’

Wij spraken over deze bijzondere nieuwe plaat met de band in zijn huidige bezetting, waarbij stichtende leden Han Stubbe (klarinet) en Roel Van Camp (accordeon) het meest aan het woord kwamen. Eerste vraag: was DAAU een langetermijnplan van bij de start?

Han Stubbe: Ik was zestien toen we DAAU – toen nog met zijn volledige naam – oprichtten, veertig jaar worden is op die leeftijd zoiets abstract dat je er niet bij nadenkt dat het ooit zal gebeuren. Anderzijds is DAAU altijd al zo een groot deel van mijn leven geweest dat het ook wel heel natuurlijk aanvoelt dat het er nu al 25 jaar is.

Roel Van Camp: Toen ik jong was – alsof ik nu al oud ben – heb ik altijd gezegd: “Moest dit nu stoppen, dan heb ik mijn pensioen eigenlijk al gehad.” Daarmee bedoel ik dat DAAU eigenlijk is wat ik altijd heb willen doen. Ik heb m’n hele werkende leven alleen nog maar mijn zin gedaan. Andere mensen moeten daarmee wachten tot ze een heel werkend leven achter de rug hebben. Ik ben nog altijd op pensioen.

Tussen de stoelen

Jullie waren erbij midden jaren 90 in Antwerpen toen dEUS en iedereen errond deel begonnen uitmaken van een scene die de ideeën over wat Belgische muziek kon zijn helemaal zou veranderen, de grenzen verlegden van wat Belgische muziek kon zijn. Vertel daar eens over tegen iemand die te jong was om er toen bij te zijn, maar wel van de verhalen houdt.

Van Camp: Het was gewoon een tijd waarin alles kon. Wij waren vaak support act van dEUS of van Moondog Jr. en ik herinner mij dat het er best wel gek aan toeging die tijd. Ik herinner mij dat wij in het midden van hun set gewoon het podium opliepen, een beetje spookachtig gingen doen, terwijl zij hun nummers aan het spelen waren. Of we klopten eens op een trommel van de drummer en waren dan weer weg.

Stubbe: Er hing een hele speciale sfeer in die tijd. Alles kon en alles mocht. De grenzen waren niet bepaald en als ze wel bepaald waren zouden wij ze wel verleggen. Er waren ook regelmatig samenwerkingen tussen het voorprogramma en de hoofdact, zo hebben we bijvoorbeeld ook eens Suds & Soda gecovered. Dat hebben we in eerste instantie gewoon live gedaan om hen te verrassen en dan hebben zij gevraagd om er een opname van te maken.

Ik weet dat die versie bestaat, maar ik heb ze nog nooit gehoord.

Stubbe: Het is ook een redelijk zeldzame versie, ik geloof dat het op de singleversie voor de UK stond.

In 2004 hebben jullie ook eens 2+2=5 van Radiohead opgenomen, wat toen nog een redelijk vers nummer was. 

Stubbe: We hebben een traditie in covers, maar vooral live. Paint It Black hebben we zo eens gespeeld, Smells Like Teen Spirit ook. Light My Fire herinner ik me ook nog. En The Beatles. Eigenlijk waren we gewoon een coverband. (lacht)

Van Camp: Radiohead was toen een bewuste keuze omdat we toen die traditie van covers te spelen terug wilden oppikken. En het was ook een bewuste keuze dat het toen om een redelijk recent nummer ging. En dan nog later hebben we een plaat vol covers gemaakt.

© WasteMyRecords

Jullie hebben nu al enige tijd een eigen label, wat de dingen danig vereenvoudigt heeft. Het is bekend dat Sony destijds na twee platen niet meer wist wat ze met jullie aan moest omdat jullie tussen alle stoelen tussenvielen. Voor platenfirma’s is het moeilijk omgaan met een band die bijna altijd, maar niet helemaal instrumentale muziek maakt, die een beetje jazz maakt, duidelijke klassieke invloeden heeft en niet vies zijn van een beetje chaos en computerinvloeden. Voelt het vandaag alsof jullie jullie gevecht geleverd hebben of zijn jullie nog steeds een voortdurende strijd aan het voeren tegen het hokjesdenken?

Van Camp: Ik vrees dat het gevecht nog altijd gaande is, want we blijven tussen die stoelen vallen. Het blijft moeilijk voor een publiek om die knop af te zetten dat het alles kan zijn. En voor een programmator om ons aan een publiek te verkopen. Eigenlijk kan ik het heel simpel zeggen: wij verwachten dat de mensen weten dat ze alles kunnen verwachten. Maar na 25 jaar is het nog altijd niet zo eenvoudig.

© WasteMyRecords

Ook nu weer: is ‘Hineininterpretierung’ een nieuwe plaat of een compilatie? Want ook nu weer valt het er weer een beetje tussen. 

Stubbe: Ik zie het als een coverplaat met covers van onszelf en met Rudy Trouvé als gids.

Van Camp: Voor mij is het een nieuwe plaat.

Han, je sprak net over de rol van Rudy Trouvé voor deze plaat. Is dat omdat jullie er zelf te dicht op zaten om het op deze manier zelf te kunnen doen?

Stubbe: Toen we ’t idee kregen, waren we het er redelijk snel over eens om alles door Rudy te laten doen. Hij heeft de boel verknipt en gestuurd, hij heeft de plaat ook geproduceerd en hij heeft de hoes ontworpen. Zonder Rudy Trouvé zou er van deze plaat nooit sprake zijn geweest. Hij is onze vroegste fan, al van één van de eerste keren dat we repeteerden. Dat was op de middelbare school van Roel. Daar zijn trouwens wachtlijsten nu. (lachje) Sindsdien is Rudy ons blijven volgen en wij allemaal hebben ook al allemaal eens in zijn band gespeeld.

De plaat is ook live ingespeeld. Lijkt me moeilijk.

Hannes d’Hoine: Het moeilijkste deel was de herinterpretatie. Sinds 2006 toen ik bij DAAU ben gekomen spelen we in een andere bezetting, met contrabas en zonder gitaar. En de boel is dan ook helemaal verknipt geweest door Rudy, de openingstrack duurt 27 seconden of zo.

Het lijkt soms op sampelen uit jullie eigen werk.

Stubbe: Klopt, Rudy is aan de slag gegaan met het idee om een mixtape te maken. Dat is een hobby van hem. Het belangrijkste aan zo’n mixtape is dat het nergens saai wordt, dat er voldoende elementen in zitten die je wakker schudden of doen schrikken zelfs. Er moet voldoende variatie in zitten.

Van Camp: Het is nu al een plaat van een uur. Als we elk nummer in zijn totaliteit hadden moeten uitvoeren, dan had ze zeker 2,5 uur geduurd. Om toch de diversiteit van ons verleden en ons werk aan te tonen zijn het soms korte stukjes geworden.

De plaat is ook bedoeld om in één trek te luisteren, de nummers vloeien vaak in elkaar over.

Van Camp: Ik ben gisteren nog een boek voor mijn zoon gaan halen bij mijn ouders, ‘De wereldgeschiedenis.’ De geschiedenis van de wereld geïllustreerd en in tijdlijnen gegoten. Deze plaat is onze wereldgeschiedenis. In een hutsepot.

Wijnplaat

Ik heb de plaat op verschillende momenten beluisterd, maar heb nooit echt kunnen zeggen wat nu de beste plaats of het beste moment is om ze te luisteren. Wat is jullie advies?

d’Hoine: In de auto of op de trein. Als je maar rijdt.

Van Camp: Voor mij is het een wijnplaat, te degusteren bij een glas wijn. Of twee.

Ik heb een mail gekregen ter aankondiging van deze plaat. Daar zat een perstekst bij, wat zeer gebruikelijk is, maar ook een Excel met daarin een oplijsting van 733 optredens die jullie gespeeld hebben, met vermelding van datum, locatie en bezetting. Dat had ik nog nooit meegemaakt.

Stubbe: De persoon die dat heeft bijgehouden is een hele grote fan en die heeft ook nog vaak playlists of opnamen uit die tijd. Ons persoonlijke museum eigenlijk. En we wilden er eigenlijk toch gewoon eens op wijzen dat het toch een hele prestatie is. We krijgen hier en daar te horen “Ah, DAAU, bestaat dat nog?” maar in de Excel zie je dat we altijd actief gebleven zijn, en redelijk succesvol, maar dat wel een heel groot aandeel van onze optredens in het buitenland hebben plaatsgevonden.

Van Camp: Ik denk zelfs dat de lijst niet helemaal compleet is, dat het er nog meer zijn. En, wat we ook wel even wilden benadrukken: omdat we net tussen al die stoelen door zijn gevallen, heeft gemaakt dat we overal hebben gespeeld. Zowel op een metalfestival, als op jazzfestivals, als op festivals en zalen voor klassieke muziek.

Ik denk wel dat mensen die naar jullie komen kijken ook sowieso nogal open-minded zijn.

Stubbe: Dat klopt wel, denk ik, maar dat wil daarom nog niet meteen zeggen dat wij een pretentieuze groep zijn. Ik denk dat we altijd wel geprobeerd hebben om het publiek mee te trekken. We zijn geen groep die uitprobeert hoe een groot aandeel van ons publiek we kunnen wegjagen door nog dat ene stapje verder te gaan.

Onlangs kwam er nog in het nieuws dat de muziekverkoop gestegen is, mede door een toename van streaming.

Van Camp: Ik denk dat wij nog wel een aanhang hebben die vrij veel platen koopt, maar elk jaar is dat toch ook weer een beetje minder. En elk jaar gaat een aandeel van dat platenkopend publiek toch weer naar streaming toe. Ik zie het bij mijn zoon: die luistert muziek via streaming of via YouTube. Als ik aan mijn zoon vraag waarom hij dan de muziek niet koopt van de muziek die hij goed vindt om de muzikanten te tonen antwoordt hij dat ze massa’s views hebben. Het is een andere wereld geworden. Mijn zoon is 16, hij is naar een optreden van Woodie Smalls geweest en daar heeft hij een cd gekregen. Het is een soort van promotool geworden. Evolutie, zeker.

Hoe kijken jullie aan tegen een medium als radio? Want ook daar: jullie maken “moeilijke muziek” en vallen overal tussen.

Stubbe: Ik vind de radio verschrikkelijk tegenwoordig. Het draait allemaal om commercie en het is één grote politiek-economische agenda. Het aanbod dat je daar te horen krijgt, is het aanbod van grote platenfirma’s die samen met de zenders bepalen wat er wordt gedraaid. De gasten zijn overal dezelfde, die maken een radiotournee. En zo wordt een bepaald maatschappijbeeld geprojecteerd. Andere stemmen zijn niet hoorbaren.

d’Hoine: En da’s een vicieuze cirkel, want als je voortdurend dezelfde artiesten hoort gaan net die artiesten populair worden, wat de platenmaatschappijen en de radiozenders bevestigd in hun beeld.

Van Camp: Ik luister heel veel naar een Franse internetzender, FIP. Er wordt bijna niet gepraat en heel eclectisch geprogrammeerd. Popmuziek heeft er zijn plaats, maar ook filmmuziek, jazz, wereldmuziek, klassiek en chanson: alles door elkaar. Nieuw en oud door elkaar. Het is een tip. Ik heb nog één ambitie: op die zender gedraaid worden. Wij zouden daar perfect passen.

Roel, je hebt eens in Humo gezegd dat als je naar jullie discografie kijkt elke plaat een reactie is op de vorige. Dan vraag ik me af: wat kan je dan hierna nog doen?

Van Camp: Dat is een hele goeie vraag. We hebben net bijna één nummer gemaakt van 60 minuten.

d’Hoine: Zestig nummers van één minuut!

Van Camp: Er zal zeker goed over nagedacht worden wat nu de volgende stap zal zijn. Het zou een eindpunt zijn, maar het is het niet. Misschien gaan we wel eens herbekijken over hoe we onze muziek de wereld in willen sturen, bijvoorbeeld. Voor het maken hebben we deze vraag ook gesteld: wat gaan we nu doen?

Stubbe: Het vijfentwintigjarig gegeven viel gewoon samen met onze goesting om iets nieuw te maken.

Van Camp: Of een andere redenering: het is een eer om gecovered te worden, maar niemand covert ons. Dus hebben we het zelf maar gedaan. 

DAAU speelt op 12/5 in DE Studio in Antwerpen en op vrijdag 4 augustus speelt de band op Dranouter Festival.

http://newsmonkey.be/article/77460

 

DAAU maakt nog eens clip voor 25ste verjaardag

 – Door: Joeri Vlemings
 
Vrijdag wordt het jubileumalbum ‘Hineininterpretierung’ van DAAU gereleaset. Die Anarchistische Abendunterhaltung bestaat dan ook alweer 25 jaar. Rudy Trouvé bokste voor dezelfde gelegenheid deze clip van Rain Song in elkaar. Het is een van de weinige muziekvideo’s van DAAU.

Rudy Trouvé kennen we nog van dEUS, Dead Man Ray, KissMyJazz en Heaven Hotel. Hij zat achter de knoppen voor ‘Hineininterpretierung’, waarop DAAU met een nieuwe, originele bezetting een overzicht van hun 25-jarige carrrière brengt. De eerste single-video van dit achtste studioalbum van de Antwerpse band DAAU heet Rain Song, en ook daarvoor tekende Rudy Trouvé.

 De Morgen